Recht op bijstand advocaat tijdens politieverhoor

mr. H.H.R. Bruggeman

Op 1 april 2014 heeft de Hoge Raad voorlopig een discussie, die na het arrest van het  Europese Hof voor de Rechten van de Mens van 24 oktober 2013 in Navone vs. Monaco was opgelaaid, beslist. In deze uitspraak besliste het Europese Hof wederom dat de verdachte bij een politieverhoor en tijdens de hele onderzoeksfase van de politie recht op bijstand van een advocaat heeft. Deze advocaat mag in persoon bij alle onderzoekshandelingen van de politie, dus ook het verhoor, aanwezig zijn.

Tevens mag de advocaat interveniëren door bijvoorbeeld in te breken op het verhoor of zelf vragen te stellen. Het belang van deze uitspraak zit in het feit dat Nederland als één van de weinige landen in de wereld nog niet het recht op bijstand tijdens het verhoor voor volwassenen kent. Wat in andere landen een normaal recht van de verdachte is, is hier nog niet toegestaan.  Daarnaast is er ook nog de richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 oktober 2013, die op dezelfde wijze het recht op bijstand van een advocaat garandeert. Helaas heeft de Hoge Raad beslist dat, omdat de  implementatietermijn van de Richtlijn nog niet is verlopen, de wetgeving van de Nederlandse overheid nog niet hoeft te voldoen aan de eisen van deze Richtlijn. Tevens vindt de Hoge Raad dat het opstellen van een regeling met betrekking tot de bijstand van de verdachte tijdens het  politieverhoor aan de wetgever is voorbehouden en haar rechtsvormende taak te buiten gaat. Wel meent zij dat het opstellen van een dergelijke regeling met voortvarendheid ter hand dient te worden genomen. Dit neemt niet weg dat verdachten op dit moment geen afdwingbare rechten aan de Richtlijn en de uitspraak  van het Europese Hof voor de rechten van de Mens kunnen ontlenen. Volwassen verdachten hebben nog geen recht op bijstand van hun advocaat tijdens het politieverhoor.

mr. H.H.R. Bruggeman